Persberichten

Hieronder treft u de berichten (downloads) aan die de LVVP heeft verzonden aan de landelijke pers.

 

 

 

BRIEF AAN MINISTER DE JONGE OVER DE JEUGD-GGZ

5 september 2018

 

‘Situatie in de jeugd-ggz zorgwekkend’

LVVP maakt statement in brief aan minister De Jonge

 

Op 5 september jl. vond een sessie plaats van de breed samengestelde, landelijke werkgroep jeugd-ggz met minister Hugo de Jonge. De LVVP was hierbij aanwezig. Op de agenda stond ‘hulp zo dicht mogelijk bij de cliënt/patiënt’, de rol en positie van de professionals en de ggz als integraal onderdeel van de (jeugd)hulp, met de Jeugdwet als vertrekpunt. Het spreekt voor zich dat de LVVP hieraan een bijdrage wil leveren, maar ze is wel kritisch ten aanzien van de Jeugdwet en de uitvoering die daaraan wordt gegeven. Met een brief aan minister De Jonge (zie download onderaan de pagina) heeft de LVVP hierover een statement gemaakt.

 

De brief van de LVVP bevat een overzicht van de zorgwekkende stand van zaken in de jeugd-ggz. Dit hebben we nogmaals onder de aandacht van de minister willen brengen. Net als de andere partijen in de werkgroep jeugd-ggz wil de LVVP de meest passende zorg voor elke jeugdige in Nederland organiseren en bieden. Ook wij zoeken naar toekomstbestendigheid en samenhang. En ook voor ons is de Jeugdwet het vertrekpunt, al zouden we willen dat dat anders was.

 

Invoering Jeugdwet niet goed gelukt

De invoering van de Jeugdwet is wat de LVVP betreft niet goed gelukt. De jeugd-ggz is ondergesneeuwd geraakt en er is nauwelijks regie mogelijk. Dit ondanks de positieve inspanningen van een heel aantal partijen. We hopen dat de minister de brief ter harte neemt, ten behoeve van alle kinderen in Nederland met psychische problemen én hun ouders.

 

PERSBERICHT

19 juli 2018

 

Wirwar aan regels leidt tot onrust en onzekerheid bij patiënt en zorgaanbieder in de ggz

 

De ene zorgverzekeraar vergoedt een volgend behandeltraject bij de gz-psycholoog wel, de andere zorgverzekeraar niet. Verzekerden worden dus door sommige verzekeraars in hun aanspraak op verzekerde zorg beperkt. De beleidsregels van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beperken het aantal behandeltrajecten in de generalistische basis-ggz niet, maar zorgverzekeraars passen de beleidsregels op heel verschillende manieren toe. De LVVP heeft de verschillende eisen van zorgverzekeraars op een rij gezet en dat laat zien er sprake is van willekeur. Dit is niet alleen nadelig voor verzekerden, maar ook voor vrijgevestigde ggz-behandelaren. Daarom pleit de LVVP voor een evaluatie van de generalistische basis-ggz en voor heldere regels met ruimte voor meerdere producten per jaar.

 

Patiënten krijgen niet dezelfde zorg vergoed van de zorgverzekeraar

Jaap gaat naar de gz-psycholoog. De zorgverzekeraar betaalt. Ook als hij na enige tijd een terugval krijgt en opnieuw naar de psycholoog gaat. De buurvrouw van Jaap, Anneloes, gaat ook in behandeling in de generalistische basis-ggz (gb-ggz). Ook zij krijgt een terugval en wil weer in behandeling. Maar Anneloes zit bij een andere zorgverzekeraar en die vergoedt het tweede behandeltraject niet. Een soortgelijke situatie zou in de huisartsenzorg ondenkbaar zijn. Het kan niet zo zijn dat een patiënt van de ene zorgverzekeraar recht heeft op een paar bezoekjes aan de huisarts, en een patiënt van een andere zorgverzekeraar onbeperkt bij de huisarts terecht kan. Terwijl de patiënt daarover niets kan terugvinden in de (meeste) polisvoorwaarden.

 

Vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten weten niet waar ze aan toe zijn

De overheid beperkt het aantal behandeltrajecten in de generalistische basis-ggz niet, maar zorgverzekeraars doen dat wel. Ze vullen de regels op verschillende manieren in, waardoor patiënten en hun behandelaren niet hetzelfde aantal producten vergoed krijgen. Dit blijkt de antwoorden op vragen van de LVVP aan zorgverzekeraars (in de contracten en polisvoorwaarden zijn namelijk lang niet altijd bepalingen opgenomen). Dit leidt niet alleen tot rechtsongelijkheid van verzekerden, maar ook tot grote onzekerheid en bedrijfsmatige risico’s bij vrijgevestigde ggz-behandelaars. Bovendien wordt vaak pas jaren later, bij controles achteraf, duidelijk wat de zorgverzekeraar wel en niet vergoedt aan de behandelaar. Dan blijken er ineens extra regels te gelden. Gevolg: de behandelaar moet geld terugbetalen aan de zorgverzekeraar, terwijl hij niet kon weten dat de behandeling niet vergoed zou worden.

 

Grondige evaluatie van de gb-ggz is nodig

Dagelijks ervaren vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten de beperkingen in de gb-ggz. De behandelaars willen graag goede zorg leveren, maar met de huidige systematiek in de gb-ggz is dat simpelweg niet mogelijk. Deze prestaties zijn nog gebaseerd op lichtere problematiek bij patiënten die nu deels door de praktijkondersteuners ggz bij huisartsen worden begeleid. In de gb-ggz worden inmiddels zwaardere patiënten behandeld dan voorheen in de (eerstelijns)praktijken. Een grondige evaluatie van de gb-ggz is daarom op alle onderdelen noodzakelijk: naar inhoud en tarieven, naar zijn bedoelingen en werking. Hierbij dienen ook de huidige patiëntprofielen herijkt te worden. Al eerder verzocht de LVVP de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) om zo’n onderzoek, maar helaas laat dit nog steeds op zich wachten.

 

Heldere regels en ruimte voor meer prestaties

Daarnaast doet de LVVP een dringend beroep op alle betrokken partijen om met spoed eenduidige regels voor de gb-ggz -en vooral ook de toepassing ervan- vast te stellen. We pleiten ervoor om meerdere producten toe te staan binnen door iedereen te hanteren eenduidige marges. Dat biedt gelijke aanspraken voor alle verzekerden én het leidt tot duidelijkheid,  financiële zekerheid en minder administratieve lasten voor de vrijgevestigde behandelaren in de gb-ggz.