
FAQ over de wetswijziging Jaarverantwoordingsplicht voor micro-zorgaanbieders
27-06-2024
Dankzij een amendement (voorstel tot wetswijziging) van Groenlinks/PvdA wordt de jaarverantwoordingsplicht voor micro-zorgaanbieders teruggebracht tot maximaal drie vragen (licht regime). De Eerstelijnscoalitie (ELC), waaronder de LVVP, is positief over deze aankomende wetswijziging. We verwachten dat dit voor een groot deel van onze achterban verlichting van de administratiedruk zal betekenen voor de jaarverantwoordingsplicht. In dit artikel lichten we de wetswijziging toe aan de hand van een aantal vragen.
1. Wat houdt de wetswijziging precies in?
De wetswijziging bestaat uit twee onderdelen en houdt het volgende in.
- De eerste wetswijziging maakt het mogelijk om afzonderlijke regels voor micro-zorgaanbieders (zie bij vraag 3) te stellen. Hiermee kan de jaarverantwoordingsplicht voor micro-zorgaanbieders worden teruggebracht tot maximaal drie vragen (identiteit, aantal zorgverleners en aantal patiënten (lees: patiënten)). Ook wordt voor micro-zorgaanbieders mogelijk gemaakt dat de jaarverantwoording (gedeeltelijk) niet openbaar hoeft te worden gemaakt.
- De tweede wetswijziging regelt dat nieuwe zorginstellingen, ook instellingen met 10 of minder zorgverleners, een vergunning moeten aanvragen. Dat geldt niet voor bestaande zorginstellingen die zorg verlenen met 10 of minder zorgverleners. Zij krijgen met deze wetswijziging automatisch (van rechtswege) een vergunning en hoeven geen nieuwe vergunning aan te vragen. Voor nieuwe zorginstellingen geldt dat het gaat om het eenmalig aanvragen van een vergunning.
Beide wetswijzigingen worden geregeld in de Wet Marktordening Gezondheidszorg (Wmg). Dit is een kaderwet waarbinnen de Wtza valt.
2. Wat zijn de voordelen van deze wetswijziging voor eerstelijnszorgaanbieders?
De winst ten opzichte van de huidige situatie:
- Zorgaanbieders die voldoen aan de criteria van een micro-aanbieder (zie bij vraag 3) hoeven slechts drie vragen te beantwoorden (over identiteit, aantal zorgverleners en aantal patiënten (lees: patiënten) in plaats van twee lange vragenlijsten. Dit zogenoemde lichte regime betekent een substantiële lastenverlichting voor veel eerstelijnszorgaanbieders.
- De openbaarmakingsplicht vervalt. De gegevens van eerstelijnszorgaanbieders zijn zo niet meer voor iedereen zomaar in te zien.
- Alleen volledig nieuwe aanbieders moeten (eenmalig) een toelatingsvergunning aanvragen. Hiervoor betalen zij eenmalig leges à 725 euro. Bestaande zorgaanbieders met 0-10 medewerkers hoeven dit niet. Zij krijgen automatisch een toelatingsvergunning toegekend door het CIBG waar ze niks voor hoeven te doen. Overigens is de LVVP niet heel blij met deze tweede wijziging, die er op initiatief van de Tweede Kamer is gekomen. In een volgende nieuwsbrief gaan we dieper in wat deze wetswijziging specifiek betekent voor de ggz en de vrijgevestigden in de ggz in het bijzonder.
3. Voor wie gaat dit lichte regime gelden?
Het lichte regime geldt voor zogenoemde micro-instellingen. Voor de Nederlandse wet bent u – op dit moment – een micro-instelling als u voldoet aan ten minste 2 van de 3 criteria op twee opeenvolgende balansdata (NB: het kan gaan om elke combinatie van criteria):
- Een balanstotaal van maximaal 450.000 euro (over de gehele onderneming (totaal van alle activa, gelijk aan het totaal van alle passiva);
- Een netto omzet van maximaal 900.000 euro (netto-omzet/som der bedrijfsbaten over de gehele onderneming);
- Maximaal 10 fte medewerkers in loondienst. Let op! Het gaat hier om fte, zzp’ers zoals waarnemers vallen niet in de telling.
Een balansdatum is over het algemeen het einde van de laatste dag van een boekjaar.
NB: Veel boekhoudsystemen hebben ook een tool die aangeeft of u wel of geen micro-aanbieder bent. Zie ook het digitale hulpmiddel dat de LHV heeft gemaakt om snel te ontdekken of u wel of niet onder het micro-regime valt.
4. Wat houdt netto omzet in?
Onder netto-omzet wordt verstaan de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de zorgaanbieder, onder aftrek van kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belastingen. Netto omzet is dus omzet uit zorg, maar ook (SBOH) onderzoek, etc. alle inkomsten uit het bedrijf van de onderneming dus ook inclusief huurinkomsten en andere inkomsten uit het bedrijf.
- De term netto omzet wordt gehanteerd voor rechtspersonen (zoals een BV).
- Voor niet- rechtspersonen (bv eenmanszaak, vennootschap onder firma, maatschap) wordt de term som der bedrijfsbaten gehanteerd (Zie ook artikel 8 Regeling jaarverantwoording Wmg).
5. U moet voldoen aan twee van de drie criteria op twee opeenvolgende balansdata. Wat wordt hiermee bedoeld?
- Een balansdatum is over het algemeen het einde van de laatste dag van een boekjaar.
- Als u over het afgelopen boekjaar voldoet aan ten minste twee van de drie criteria, bent u nu een micro-aanbieder.
- Voldoet u volgend boekjaar weer aan twee van de drie criteria dan blijft u micro-aanbieder.
- De status als micro-zorgaanbieder vervalt als u op twee opeenvolgende boekjaren niet meer aan twee van de drie criteria voldoet (vraag 3). Stel, u heeft de status van microaanbieder, maar u voldoet in jaar (t) nog maar aan slechts één voorwaarde (bv max 10 fte medewerkers. Dan vervalt uw status als micro-aanbieder pas als u het jaar daarna (t+1) nog steeds maar aan één van de voorwaarden voldoet.
- Voldoet u in jaar (t+1) inmiddels weer aan twee van de drie voorwaarden, dan bent u nog steeds micro-zorgaanbieder.
- Is uw status als micro-zorgaanbieder vervallen? Om weer aangemerkt te worden als micro-zorgaanbieder moet u wederom op twee opeenvolgende balansdata voldoen aan ten minste twee van de drie criteria (vraag 3).
6. De wetswijziging bestaat uit twee delen. Welke verandering brengt het tweede onderdeel (toelatingsvergunning) met zich mee?
Op dit moment moeten alle zorgaanbieders met meer dan 10 zorgmedewerkers of zij die werken met een medisch specialist een toelatingsvergunning aanvragen (à 725 euro). In de nieuwe situatie (na wetswijziging) moeten alleen volledig nieuwe aanbieders een toelatingsvergunning aanvragen. Bestaande zorgaanbieders met 0-10 medewerkers hoeven dit niet. Zij krijgen automatisch een toelatingsvergunning toegekend door het CIBG waar ze niks voor hoeven te doen. Nog onduidelijk is wat er precies gaat veranderen en per wanneer dat gaat gebeuren. Houd onze nieuwsbrief in de gaten voor de actuele stand van zaken.
7. Waarom is de ELC positief over deze wetswijziging? De inzet was toch altijd uitzondering jaarverantwoordingsplicht voor eerstelijnszorgaanbieders?
Het klopt dat de inzet van de ELC altijd is geweest dat eerstelijnszorgaanbieders worden uitgezonderd van de jaarverantwoordingsplicht. De toezichthouder in de zorg, de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), stelt echter de gegevens van de jaarlijkse jaarverantwoording nodig te hebben voor de uitvoering van haar wettelijke toezichtstaak. Geen enkele vorm van jaarverantwoording is daarom geen optie. Niet voor de NZa, maar ook niet voor de Tweede Kamer. Dit bleek duidelijk uit de technische briefing over regeldruk in de Tweede Kamer.
Volledige uitzondering van de eerstelijnszorg voor de jaarverantwoordingsplicht bleek dus niet haalbaar. Daarom heeft de ELC samen met het ministerie van VWS en de politiek gekeken hoe de verantwoording dan zo kan worden ingericht, dat de administratieve druk voor zorgaanbieders tot een minimum beperkt blijft. Daar is deze oplossing uit voortgekomen.
8. Wat doen we voor de groep die hier (net) niet onder valt?
De ELC blijft zich hard maken om ook voor zorgaanbieders die buiten het micro-regime vallen een verlichting door te voeren op de omvang en frequentie van de vragenlijsten m.b.t. de jaarverantwoordingsplicht. Ook blijven wij ons inzetten voor het vervallen van de plicht tot openbaarmaking voor deze groep zorgaanbieders.
Hierbij zetten we vooral in op het verkleinen van het verschil in de categorieën tussen micro-ondernemers en kleine ondernemers (ondernemers die niet aan de criteria voor micro-aanbieders voldoen). Daar gaan we verder over in gesprek met stakeholders en politiek.
Dat geldt ook voor andere nieuwe wetsvoorstellen die een nieuwe administratieve belasting met zich mee gaan brengen, zoals naar verwachting de Wibz.
9. Gaat deze wetswijziging ook over de Wtza-verplichting van intern toezicht?
Nee, deze wetswijziging gaat niet over de verplichting tot intern toezicht in te richten voor praktijken met meer dan 25 zorgverleners. De minister heeft een verkenning laten uitvoeren naar een mogelijke verhoging van deze getalsgrens. Als ELC zijn we hier intensief bij betrokken. Onze inzet was een verhoging van de getalsgrens naar 50 medewerkers, in lijn met de WOR en de Governance Code Zorg 2022. De minister heeft inmiddels besloten deze getalsgrens te verhogen van 25 naar 50 zorgmedewerkers.
10. Wanneer gaat deze wetwijziging in?
Als de amendementen ook aangenomen worden in de Eerste Kamer, zal minister Helder (VWS) de uitwerking van de wetswijziging starten. Minister Helder (VWS) heeft aangegeven de Eerstelijnscoalitie hierbij te betrekken. De wetswijziging zal naar verwachting per 1 januari 2025 in werking treden.


