
Bijlage C van het Landelijk Kwaliteitsstatuut aangevuld
27-06-2024
Vorig jaar is bijlage C van het Landelijk Kwaliteitsstatuut (LKS) gewijzigd. De reden was dat het LKS niet meer aansloot op de nieuwe Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza), met als gevolg verschillende definities voor ‘instelling’ en ‘vrijgevestigde zorgaanbieder’. Dit is door deze wijziging rechtgetrokken. Deze wijziging is nu aangevuld met een structurele procedure voor het wisselen tussen kwaliteitsstatuut sectie II en kwaliteitsstatuut sectie III, en omgekeerd. Omdat de overgrote meerderheid van onze leden solistisch werkt, had deze wijziging voor veel van onze leden geen gevolgen. Hetzelfde geldt voor deze aanvulling op de eerdere wijziging.
Overgangsregeling ten behoeve van 2024
Het gevolg van deze wijziging in 2023 was, dat sommige zorgaanbieders van sectie II (vrijgevestigd) naar sectie III (instelling) gingen of andersom. Hierdoor moesten ze de zorg anders organiseren en hadden ze een ander kwaliteitsstatuut nodig.
Om dit te realiseren is een overgangsregeling afgesproken, zowel ten behoeve van de contractering met zorgverzekeraars alsook voor ongecontracteerden om te weten in welke setting zij kunnen declareren . De overgangsregeling houdt in dat contracten voor 2024 gebaseerd zijn op het kwaliteitsstatuut dat gold op 30 september 2023. Ook in het geval van ongecontracteerde zorgaanbieders geldt dat in 2024 nog gedeclareerd wordt op basis van het kwaliteitsstatuut dat gold op 30 september 2023.
Maar hoe regelen we dit vanaf 2025?
Gedurende een heel kalenderjaar moet duidelijk zijn welk kwaliteitsstatuut voor u geldt: sectie II (vrijgevestigde) of sectie III (instelling). Dat is onder andere van belang voor:
- a) de contractering met zorgverzekeraars: sluit u een contract als vrijgevestigde of sluit u een instellingscontract;
- b) om te kunnen bepalen wie wel en niet regiebehandelaar kan zijn: de gz-psycholoog mag immers in de vrije vestiging (sectie II LKS) geen regiebehandelaar zijn in de g-ggz, maar mag dat wel in de instelling (sectie III LKS).
- c) Als u ongecontracteerd werkt, moet duidelijk zijn welke sectie van het kwaliteitsstatuut u moet invullen en indienen. U weet dan ook welke voorwaarden voor u gelden en welke tarieven u mag declareren.
Reden genoeg om bijlage C van het LKS aan te vullen met een structurele procedure voor zorgaanbieders om in de toekomst te kunnen blijven wisselen tussen sectie II en sectie III wanneer ze groeien of krimpen.
Nogmaals: werkt u, net als de overgrote meerderheid van onze leden, solistisch of in een kleine groepspraktijk, dan heeft deze aanvulling geen gevolgen voor u.
Wat houdt de procedure in?
- Het uitgangspunt is dat zorgaanbieders gedurende een kalenderjaar hetzelfde kwaliteitsstatuut hebben en niet halverwege het jaar wisselen (een kalenderjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december).
- Voor het vaststellen van het type kwaliteitsstatuut is een peildatum afgesproken. U leeft altijd in jaar t. De peildatum voor het bepalen van uw kwaliteitsstatuut in jaar t + 1 ligt in jaar t en is vastgesteld op 1 juli in jaar t.
Hoe bepaalt u welk kwaliteitsstatuut voor het nieuwe jaar geldt?
Elk jaar toetst u uiterlijk op 1 juli of u nog voldoet aan de voorwaarden voor het kwaliteitsstatuut dat in dat kalenderjaar voor u geldt. Daarvoor maakt u gebruik van de beslisboom die hiervoor is gemaakt. U vindt de beslisboom in dit document (pag. 3-4). Let u erop dat indien u moet wijzigen van sectie II naar sectie III van het kwaliteitsstatuut of vice versa u altijd op uiterlijk 1 augustus van het jaar t beschikt over een goedgekeurd kwaliteitsstatuut
Heeft u vragen over de beslisboom? Neem dan contact op met Chris Nas, beleidsmedewerker bij de LVVP, via c.nas@lvvp.info.


