Arbitragezaak LVVP tegen CZ

 

Op 20 november jl. zat de LVVP tegenover CZ bij de arbiter van het Nederlands Arbitrage Instituut. Zoals eerder bekend gemaakt voert de LVVP een procedure tegen CZ.

 


 

Gelijkwaardig initiatief

CZ stelt in zijn inkoopbeleid van 2018 dat het voeren van het keurmerk KiBG tot een hoger tarief voor de zorgaanbieder leidt. Hetzelfde geldt voor een gelijkwaardig alternatief. De LVVP constateerde dat geen enkel alternatief goed genoeg was voor CZ en dat leden daardoor de kans wordt ontnomen om op het hogere tarief aanspraak te maken anders dan door het voeren van het keurmerk KiBG. CZ weigert tot op de dag van vandaag te duiden hoe het mogelijk is om met succes gebruik te kunnen maken van een gelijkwaardig initiatief.

 

Cirkelredenering van CZ

CZ gaf in de memorie van antwoord (voor het eerst) aan dat de LVVP en haar leden hadden moeten kijken in het handboek van KiBG (“Handboek”) om te kunnen weten langs welke meetlat CZ het gelijkwaardig initiatief toetst. Dat de LVVP dit niet heeft gedaan, neemt CZ de LVVP zeer kwalijk. Dat CZ opeens een dergelijk groot belang hecht aan de uitleg van de criteria in het Handboek, komt voor de LVVP uit de lucht vallen. De LVVP kon voorafgaand aan het ontvangen van de memorie van antwoord  niet weten dat CZ bedoelde dat de uitleg van de criteria te vinden zou zijn in het Handboek. Het ironische is dat  die criteria vervolgens nog steeds geen duidelijkheid geven hoe het alternatief voor het keurmerk KiBG vorm moet worden gegeven. Uit het handboek komt namelijk naar voren dat aan het alternatief voor het keurmerk KiBG slechts voldaan kan worden door je aan te sluiten bij KiBG. En zo is de cirkel weer rond: CZ accepteert geen alternatief voor het keurmerk KiBG.

 

Uitspraak

Het oordeel is nu aan de arbiter. Eind december wordt de uitspraak verwacht.