Arbitragezaken tegen CZ en Menzis dienen dit najaar

Zoals u weet heeft de LVVP twee arbitragezaken aangespannen tegen de zorgverzekeraars CZ en Menzis. Beide zaken dienen dit najaar. De LVVP vindt dat de procedures veel meer tijd en geld kosten dan bij het opzetten van het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) werd beoogd.

 

De LVVP verzoekt CZ via de juridische weg van het NAI om, net als in 2017, het LVVP-alternatief voor het Keurmerk Basis GGZ van de Stichting KiBG gelijk te waarderen in zijn contract voor 2018 en 2019. De zaak tegen Menzis betreft het hanteren van het normatieve uurtarief en de hoge terugvorderingen die dit tot gevolg kan hebben. Voor beide arbitragezaken heeft de LVVP inmiddels de memorie van eis ingediend. De zaken dienen dit najaar.

 

Arbitragezaken kosten veel tijd en geld

De arbitragezaken bij het NAI vergen veel tijd. Ook lopen de kosten op. Toen de LVVP samen met partijen in de sector afspraken maakte over het opzetten van het NAI, waren de verwachtingen anders. Omdat reguliere rechtszaken een lange doorlooptijd kennen en tot hoge kosten leiden, was de insteek om bij het NAI zaken sneller en tegen lagere kosten te kunnen voorleggen. In mei 2018 verscheen een artikel in Zorgvisie waarin -ongeveer een jaar na de introductie van het NAI- de balans werd opgemaakt. In het artikel werden verschillende meningen verwoord, maar de meerderheid was van mening dat het NAI aan het doel beantwoordt. De ervaring van de LVVP is echter dat de doorlooptijden nog steeds lang zijn en dat de kosten oplopen.