
LVVP veegt de vloer aan met uiterst gekleurd Gupta rapport
31-08-2026
Met stijgende verbazing en grote bezorgdheid heeft de Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen en Psychotherapeuten (LVVP) kennisgenomen van de recent gepubliceerde position paper van Gupta Strategists over het zorglandschap. Gupta heeft op eigen initiatief een rapport opgeleverd waar niemand om heeft gevraagd. Hiermee misbruikt het bureau een objectieve onderzoeksopdracht van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Daarnaast beschadigt het rapport vrijgevestigden doelbewust door conclusies te trekken die feitelijk onjuist zijn en hen onterecht als profiteurs aan te wijzen.
Gupta plaatst eigen conclusies boven die van de minister
De onderzoeksopdracht van de NZa aan Gupta was helder: “Hoe ziet het speelveld van gecontracteerde en niet-gecontracteerde aanbieders in de ggz, wijkverpleging en msz eruit? De scope van het onderzoek is daarmee beperkt tot een objectieve weergave van de feiten. Dat wil zeggen dat conclusies of beoordelingen geen onderdeel zijn van dit rapport.” Deze inzichten zijn nodig voor de verdere uitwerking van de AZWA-afspraak E4 (‘We zorgen dat iedereen een eerlijke bijdrage levert’). Samen met de AZWA-partijen wil de overheid werken aan een eerlijk speelveld dat bijdraagt aan de bredere beweging naar passende zorg.
Gupta levert zoals afgesproken de objectieve data aan de NZa en wordt daarvoor met maatschappelijk geld betaald. Vervolgens publiceert Gupta echter zélf op basis van deze data een uiterst gekleurd, subjectief rapport. Op basis van dezelfde cijfers trekt het bureau conclusies die volstrekt niet stroken met de conclusies van de minister. Wij kunnen niet anders dan vaststellen dat Gupta met de publicatie van deze position paper de eigen ‘persoonlijke duiding’ boven de conclusies van de minister plaatst. Dit maakt het document tot een politiek statement dat de positie van de vrijgevestigden direct beschadigt.
De conclusies van Gupta zijn onjuist
De minister schrijft in de Kamerbrief: “De feitenbasis onderschrijft volgens het kabinet dat er meer sturing nodig is op de organisatie van zorg in de regio, om passende zorg te waarborgen en te stimuleren dat iedereen een eerlijke bijdrage levert.” De minister stelt echter nadrukkelijk niet dat de feiten al bewijzen of zorgaanbieders eerlijk bijdragen. Gupta kiest daarentegen een volstrekt eigen koers los van de minister en trekt de stellige conclusie: “Vrijgevestigde professionals behandelen een minder complexe cliëntpopulatie, dragen beperkt bij aan oplossen van regionale knelpunten en krijgen niet-gecontracteerd een vergelijkbare beloning als gecontracteerde collega’s.”
Zolang Gupta nalaat om dit te onderbouwen met concrete cijfers of verifieerbare data, blijft dit een ongedocumenteerde aanname die we onmogelijk als feit kunnen meenemen.
Tegenstrijdig genoeg stelt Gupta in dezelfde position paper dat hun eigen kwalitatieve onderzoek wel degelijk voorbeelden toont van vrijgevestigden die een bijdrage leveren, om dit vervolgens direct te bagatelliseren als ‘onvoldoende’ voor het oplossen van structurele tekorten. De feiten liggen echter fundamenteel anders: de LVVP is juist een groot voorstander van een meer regionale aanpak en faciliteert de vrijgevestigden hier al een aantal jaar actief in.
Gupta gaat volledig voorbij aan de barrières waar vrijgevestigden mee te maken krijgen. Zo worden transitiemiddelen vrijgegeven via collectieve structuren en regionale coalities, waarin individuele vrijgevestigden simpelweg lastig rechtstreeks kunnen aanhaken. Bovendien vraagt het aanvragen en verantwoorden van dergelijke transities om een aanzienlijke projectmanagement en cofinanciering. Voor kleine praktijken of solopraktijken is dit administratief onuitvoerbaar. De beschikbare middelen zijn immers bedoeld om structurele ketenzorg en herinrichting te bekostigen, niet de individuele bedrijfsvoering van een solopraktijk.
Om desondanks toch actief betrokken te raken bij de regio, nemen vrijgevestigden zélf het initiatief. Zij zoeken aansluiting bij de opzet van mentale gezondheidsnetwerken en regionale koepels. Vrijgevestigden organiseren zich steeds vaker in deze samenwerkingsverbanden om zo indirect te kunnen participeren in plannen die door grotere regiopartners worden aangevraagd. Dat Gupta deze proactieve, regionale betrokkenheid volledig negeert en de schuld van de gebrekkige samenwerking eenzijdig bij de zorgverleners legt, mist dan ook elke solide empirische basis.
Vrijgevestigden die ongecontracteerd werken, worden daar feitelijk toe gedwongen
Ook schuift het bureau de schuld eenzijdig in de schoenen van de vrijgevestigden door te stellen dat afspraken met zorgverzekeraars lastig zijn omdat een deel doelbewust (deels) ongecontracteerd zou werken — opnieuw een stellige bewering die geen enkele feitelijke basis heeft. Gupta negeert bovendien dat verzekeraars zelf de macht claimen bij contracten met vrijgevestigden. In het rapport ‘feitenbasis Gupta – AZWA-afspraak E4 eerlijk speelveld’ staat immers letterlijk: “Zij geven aan dat bij kerninstellingen en geïntegreerde instellingen de macht meer bij de aanbieder ligt, dat dit bij ambulante instellingen ongeveer in evenwicht is en dat de macht bij vrijgevestigden juist meer bij de verzekeraar ligt.”
Vrijgevestigden krijgen lang niet altijd een contract aangeboden, of de drempel voor het sluiten van een contract is simpelweg onrealistisch. Dit blijkt nota bene uit de grafiek ‘Spreiding in aandeel niet-gecontracteerde omzet per verzekeraar’ uit het rapport ‘feitenbasis Gupta – AZWA-afspraak E4 eerlijk speelveld’. Dit spreidingsdiagram is na veel aandringen door de LVVP in het rapport opgenomen. De data laten zien dat de onderlinge spreiding tussen verzekeraars afgelopen jaren fors is toegenomen en oploopt tot wel 20% niet gecontracteerde omzet in de ggz door een bepaalde verzekeraar. Dit feitelijke percentage bewijst dat sommige verzekeraars een doorslaggevende rol spelen en er bewust voor zorgen dat vrijgevestigden tegen hun wil geen contract krijgen.
Daarmee worden vrijgevestigden feitelijk gedwongen om ongecontracteerd te werken. Door dit soort feiten over marktmacht te negeren en vrijgevestigden ten onrechte als prijsbepalers af te schilderen, verliest de position paper elke vorm van objectiviteit.
De onderzoeksmethode rammelt
De LVVP plaatst dan ook grote vraagtekens bij de methodologische onderbouwing van de kwalitatieve data. Het wel of niet contracteren wordt in het onderzoek gekleurd gepresenteerd: wel contracteren wordt geassocieerd met positieve termen zoals ‘zekerheid’, ‘gunstig’ of ‘de wens om zorg voor alle patiënten te garanderen’. Niet contracteren wordt daarentegen direct geassocieerd met negatieve frames zoals ‘beperkende afspraken’, ‘lage tarieven’ of ‘doelmatigheidsafspraken’.
Bovendien is het aantal vrijgevestigde respondenten lachwekkend minimaal: de conclusies zijn gebaseerd op de input van slechts 30 respondenten op een totaal van 3.715 aangeschreven vrijgevestigden. Dat is een respons van welgeteld 0,8%. Deze minimale respons en de sturende, onvolledige vraagstelling bieden geen enkele basis voor betrouwbare, wetenschappelijke conclusies.
LVVP roept op tot verbinding in plaats van polarisatie
De LVVP distantieert zich nadrukkelijk van de conclusies en de insinuaties in de position paper van Gupta. Een constructieve transitie naar passende en regionale zorg vraagt om een betrouwbaar fundament en een open dialoog tussen alle betrokken partijen. Subjectieve aannames en eenzijdige conclusies dragen niet bij aan de noodzakelijke verbinding, maar zorgen juist voor onnodige polarisatie in de sector. Als we de zorg in Nederland echt willen verbeteren en ons willen voorbereiden op de toekomst, dan is er verbinding nodig en geen verdeeldheid!
foto: Bru-nO via Pixabay

