
LVVP en SBJ reageren op internetconsultatie Reikwijdte Jeugdwet
16-04-2026
Het samenwerkingsverband Samenwerkende Beroepsverenigingen Jeugd (SBJ), waar de LVVP deel van uitmaakt, heeft gereageerd op de internetconsultatie over het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet. Aangezien er onderdelen van het wetsvoorstel in het bijzonder de leden van de LVVP raken, hebben wij een aanvullende reactie opgesteld en verstuurd aan de leden van de vaste Kamercommissie van VWS.
Wat houdt het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet in?
Steeds meer jongeren krijgen jeugdhulp. Terwijl jeugdhulp lang niet altijd de oplossing is voor de hulpvraag van de jongere. Bovendien zijn er te weinig behandelaren en zijn er te weinig financiële middelen beschikbaar, waardoor de jongeren en ouders die hulp het hardst nodig hebben deze niet of te laat krijgen. De nieuwe wet moet ertoe leiden dat jeugdhulp alleen wordt ingezet als dit echt nodig is en dat de hulp past bij de problemen van de jongere. Hulp wordt zo licht mogelijk en zoveel mogelijk in groepsverband ingezet. Ook is het belangrijk dat jeugdhulp wordt afgebouwd of gestopt als dat kan.
Het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet zal ingrijpende gevolgen hebben voor de leden van de LVVP, die jeugd-ggz bieden:
- De rol van de huisarts als directe verwijzer naar de gespecialiseerde jeugd-ggz verandert structureel: de verwijzing zal op termijn niet meer via de huisarts verlopen, maar via lokale teams die beoordelen welk type hulp passend is bij de hulpvraag. Leden verliezen daarmee hun directe instroomkanaal via de huisarts en worden afhankelijker van de beoordeling door gemeentelijke wijkteams.
De wet dwingt verwijzers om in principe alleen naar gecontracteerd of gesubsidieerd aanbod te verwijzen. De wet legt bovendien vast dat basisjeugdhulp voorliggend is op aanvullende (specialistische) hulp, en dat groepshulp voorgaat op individuele hulp. LVVP-leden bieden vaak individuele, gespecialiseerde therapie, met als gevolg dat hun aanbod sneller als ‘te zwaar’ of “niet passend volgens de rangorde” worden beoordeeld. - Er komen hogere drempels voor wanneer een kind recht heeft op aanvullende jeugdhulp. Ouders zijn eerst aan zet; kinderen komen later in zorg, wanneer de problemen mogelijk al verergerd zijn.
- Gemeenten moeten bij contractering harde afspraken gaan maken over de maximale trajectduur en de beheersbaarheid van hoge kosten.
- De overheid krijgt de bevoegdheid om bepaalde vormen van jeugdhulp die ‘bewezen niet effectief of schadelijk’ zijn, uit te sluiten van vergoeding. Hoewel dit gericht is op wildgroei, moeten onze leden ervoor waken dat specifieke psychotherapeutische interventies niet onterecht op een ‘beter laten’ lijst terechtkomen.
Conclusie
Voor LVVP-leden betekent dit wetsvoorstel:
- een minder autonome positie in het zorgveld
- een sterkere afhankelijkheid van gemeentelijke contracten en lokale wijkteams
- een constante noodzaak om de duur en noodzaak van hun specialistische, individuele behandelingen te rechtvaardigen.
De LVVP en SBJ gaan graag in gesprek met de Kamerleden over onze reactie op en mogelijke aanpassingen van het wetsvoorstel.


