Inkoopbeleid/contractering 2026: exclusiecriteria, groepstherapie en meer

15-05-2025

Op 17 april jl. publiceerden we de LVVP-special zorginkoopbeleid 2026. Veel van onze leden zijn ongerust over het beleid en de eisen van zorgverzekeraars voor 2026. De zorgen betreffen vooral het verbod op exclusiecriteria, het afdwingen van digitale zorg en het sturen op groepsbehandelingen. We hebben hierover contact opgenomen met en/of zijn in gesprek gegaan met verschillende zorgverzekeraars.

a.s.r.: voorwaarden voor contractaanbod 2026
Voor zorgverzekeraar a.s.r. geldt dat je alleen proactief door a.s.r. wordt benaderd voor een overeenkomst 2026 als je voor 2025 een overeenkomst hebt gesloten met a.s.r. én in 2025 declaraties hebt ingediend bij a.s.r. Had je in 2025 wel een contract, maar heb je niet gedeclareerd bij a.s.r.? Dien dan een verzoek in bij a.s.r. om in aanmerking te komen voor een contract voor 2026. Mail je verzoek naar zorg.overeenkomsten@asr.nl.

De LVVP betreurt het dat a.s.r. hiermee een administratieve last genereert. Iets waarvan we landelijk hebben afgesproken dat we niet meer zouden doen.

Exclusiecriteria
Meerdere zorgverzekeraars (a.s.r., CZ, Menzis, VGZ en Zilveren Kruis) hebben in hun inkoopbeleid bepalingen opgenomen waarmee ze het gebruik van exclusiecriteria inperken. Soms wordt daar ook een (lager) tariefpercentage aan gekoppeld (CZ). Ook worden contractanten soms gevraagd om een overzicht van de gehanteerde exclusiecriteria aan te leveren. Een enkele zorgverzekeraar legt hierbij een relatie met de regionale inbedding (CZ) en vrijwel alle genoemde zorgverzekeraars koppelen het nieuwe beleid rond exclusiecriteria aan de lange wachttijden voor met name patiënten met complexe problematiek.

Wees je ervan bewust dat de antwoorden die je geeft in de vragenlijsten van de zorgverzekeraars, dus invloed kunnen hebben op je tariefpercentage. Ook wat je wel of juist niet op je website zet, kan van invloed zijn of je überhaupt in aanmerking komt voor een contract.

Digitale zorg
Veel zorgverzekeraars hebben in hun inkoopbeleid een tekst opgenomen als: “De zorgaanbieder maakt gebruik van digitale zorg teneinde één of meer van de volgende doelen te bereiken: vergroten van het arbeidspotentieel, besparen van kosten, verbeteren van de toegankelijkheid of verbeteren van de kwaliteit van zorg.” Ook geven verschillende zorgverzekeraars aan dat je alle digitale consulten het label S01 moet meegeven op de declaratie; zo willen zorgverzekeraars inzicht krijgen in de inzet van digitale zorg.

De LVVP ziet dat de inzet van e-healthmodules zeker een meerwaarde kan hebben. Echter willen we u wel waarschuwen om e-health pas in te zetten nadat de intake heeft plaatsgevonden. Dit om te voorkomen dat u al een behandelovereenkomst bent gestart vóór de intake en daardoor ook verantwoordelijk bent voor de patiënt.

Groepstherapie
Een heel aantal zorgverzekeraars (a.s.r., Menzis, Salland, VGZ en Zilveren Kruis) neemt in het inkoopbeleid 2026 bepalingen op over groepstherapie. Zorgaanbieders worden geacht meer groepstherapie te bieden, als oplossing voor de oplopende wachttijden. Er wordt een hoger tarief dan wel een opslag geboden als je groepstherapie aanbiedt en zorgaanbieders moeten een plan maken om voor 2027 groepstherapie standaard aan te bieden.

Ook hierover zijn we in gesprek gegaan met verschillende zorgverzekeraars. Het overleg met Zilveren Kruis heeft geleid tot minder dwingende eisen rond groepstherapie. Zilveren Kruis heeft de volgende toelichting geformuleerd:

Inzet op groepsbehandelingen
De vraag naar geestelijke gezondheidzorg is de afgelopen jaren sterk toegenomen, terwijl de GGZ met forse personele problemen kampt. Daarnaast is de instroom in de GGZ hoog terwijl de doorstroom en uitstroom stagneren. Mede daarom staat de toegankelijkheid al jaren onder druk en krijgen mensen met een complexe zorgvraag niet altijd tijdig de gewenste zorg.

Als zorgverzekeraar hebben wij, samen met de betrokken partijen waaronder zorgaanbieders, de verantwoordelijkheid om de GGZ betaalbaar, toegankelijk en van goede kwaliteit te houden. Dat betekent: het verdelen van schaarste op een goede manier. Het blijkt dat veel psychologische interventies minstens even effectief aangeboden kunnen worden in groepen. Door zorg meer in groepen aan te bieden, kunnen er meer mensen worden geholpen in dezelfde tijd. Daarom zien wij groepsbehandeling als een belangrijke mogelijkheid om behandelcapaciteit vrij te spelen. Ook in het AZWA wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan deze ontwikkeling.

Wij verwachten van alle GGZ aanbieders dat zij – van groot tot klein, van geïntegreerde instellingen tot vrijgevestigde praktijken – hun steentje bijdragen aan deze ontwikkeling. En onderzoeken hoe zij in hun specifieke situatie hier invulling aan kunnen geven.

Voor 2026 hanteren wij geen voorwaarden voor het (verplicht) leveren van (een bepaald percentage van) groepsbehandelingen. Van vrijgevestigde praktijken met wie we contracten sluiten, verwachten we wel dat zij in de loop van het jaar – passend bij hun specifieke situatie en de zorg die zij leveren – de beweging inzetten naar het (meer) inzetten op groepsbehandelingen.”

Zorgverzekeraars gaan op de stoel van de behandelaar zitten…
Veel leden maken zich zorgen over bepalingen rond exclusiecriteria en groepstherapie in het inkoopbeleid. En dat is terecht. Hiermee gaan zorgverzekeraars op de stoel van de behandelaar zitten. Naast wet- en regelgeving zijn er beroepscodes en kwaliteitsstandaarden voor de ggz; daarin zijn de ethische en zorginhoudelijke aspecten van de beroepsuitoefening in de ggz beschreven.

Een belangrijk principe is dat een behandelaar zich dient te houden aan de grenzen van de eigen deskundigheid en bekwaamheid: de ene psycholoog/psychotherapeut kan meer deskundig en bekwaam zijn op het ene gebied, en minder op het andere gebied. Daarnaast kan en mag binnen de vrije vestiging bepaalde ernstige problematiek niet behandeld worden. De zorgvraagtypering geeft een aardige indicatie van de ernst van de problematiek; het ligt niet voor de hand om patiënten met zorgvraagtype hoger dan 8 in de vrije vestiging te behandelen. Een logisch gevolg hiervan is dat behandelaren/ praktijken exclusiecriteria hanteren. Een inperking hiervan klinkt dan ook onlogisch.
De andere kant van het verhaal is echter dat er ook praktijken en instellingen zijn die exclusiecriteria hanteren om patiënten met complexere problematiek buiten de deur te houden, terwijl de deskundigheid wel aanwezig is. Het gevolg is dat deze patiënten veel te lang moeten wachten op behandeling. Daarbij is het een treurig feit dat er heel veel mensen zijn die zorg nodig hebben. Vrijgevestigden vormen met elkaar een grote groep ggz hulpverleners in Nederland. Ook wij hebben de taak en de verantwoordelijkheid om deze mensen te helpen. Vandaar dat zorgverzekeraars beleid maken rond het hanteren van exclusiecriteria.

Ook het sturen op groepstherapie neigt naar het ‘op de stoel van de behandelaar gaan zitten’. De ene stoornis is nu eenmaal beter te behandelen met groepstherapie dan de andere, het ene type patiënt floreert wel bij groepstherapie en bij een ander type patiënt kan het juist averechts uitwerken. Ook de persoonlijkheid en de opleiding van de behandelaar speelt een rol. Daarnaast hebben vrijgevestigde praktijken meestal geen ruimte beschikbaar voor het geven van groepstherapie. Die faciliteiten zijn er bij instellingen wel.
Tegelijkertijd geldt dat je je tijd als behandelaar maar één keer kunt besteden. Het is nu eenmaal een feit dat je in dezelfde tijd met groepstherapie meer patiënten kunt behandelen dan met individuele therapie.

… maar er ligt wel een groot maatschappelijk probleem
Als er niets verandert, stevenen we als maatschappij af op een zorginfarct. In de nabije toekomst kunnen vele tienduizenden consulten in de ggz niet geboden worden – vanwege de hoge vraag, de beperkte menskracht en de hoge kosten. Daarvan moeten ook wij als vrijgevestigden ons bewust zijn.

Er moet dus iets veranderen en dat heeft ook voor jouw praktijkvoering gevolgen. Vrijgevestigden opereren in een maatschappelijke context en zullen moeten mee-veranderen om de ggz-zorg toegankelijk te houden.

Wat kun je doen?
Als LVVP behartigen we jouw belangen, daar kun je van op aan. Maar we kunnen onze ogen niet sluiten voor de maatschappelijke realiteit waarin we leven en waarin we ons beroep als psycholoog/psychotherapeut uitoefenen. Daarom geven we je de volgende suggesties:

  • Hanteer inclusiecriteria in plaats van exclusiecriteria: we lezen nergens dat er een verbod is op het hanteren van inclusiecriteria. Je kunt dus op je website en in andere praktijkinformatie aangeven welke type patiënten en welke problematiek jij in jouw praktijk wél behandelt.
  • Zorg dat je regionaal ingebed bent. Dat is meteen de oplossing voor patiënten die je geen passende zorg kunt bieden, bijvoorbeeld omdat de problematiek te complex blijkt. Deze patiënten kun je regionaal inbrengen in de appgroep van vrijgevestigden die mogelijk ook in jouw regio al bestaat of aan de transfertafel, zodat een passend aanbod voor deze patiënten geregeld kan worden.
  • Ga in je intervisiegroep in gesprek over groepstherapie (wie doet daar al aan, wat zijn de tips, waar heeft hij/zij aan opleiding gevolgd, et cetera). Oriënteer je op scholing rond het geven van groepstherapie.