
Geen restitutiepolissen in 2025 betekent een aantasting van de vrije artsenkeuze
14-11-2024
Onlangs heeft minister Agema het wetsvoorstel waarin de vrije artsenkeuze aan banden wordt gelegd, ingetrokken. Helaas blijkt nu, bij het bekendmaken van de polissen voor 2025, dat geen enkele zorgverzekeraar nog een restitutiepolis aanbiedt voor het nieuwe jaar. Wil een patiënt in behandeling bij een ongecontracteerde zorgaanbieder, dan betaalt hij dus een groot deel van de behandeling zelf. Als doekje voor het bloeden komt er wel een overgangsregeling voor patiënten die nu nog in behandeling zijn bij een ongecontracteerde aanbieder waarvan de behandeling in 2025 doorloopt.
Dat er volgend jaar geen restitutiepolissen meer worden aangeboden, was te verwachten gezien de afname van het aantal polissen naar slechts nog 3 in 2024. Op deze manier wordt echter alsnog de vrije artsenkeuze aangetast, zij het niet door wetgeving maar door de zorgverzekeraars.
In de afgelopen jaren was steeds het credo dat verzekeraars het contracteren aantrekkelijker zouden moeten maken. Door het om zeep helpen van de restitutiepolissen wordt contracteren niet aantrekkelijker, maar niet-contracteren wordt afgestraft. Ggz-aanbieders worden feitelijk gedwongen om een contract te sluiten. Die zorgverleners worden vervolgens geconfronteerd met verzekeraars die heel véél eisen en heel veel verschillende eisen stellen. Dit zijn eisen die hoofdzakelijk over kostenbeheersing gaan; het zijn geen kwaliteitsafspraken. Dit leidt tot hoge administratieve lasten voor vrijgevestigde zorgaanbieders in de ggz. En dan noemen we nog niet eens de hoge generieke tariefafslagen tot soms wel 25% van het NZa-tarief die verzekeraars vrijgevestigden opleggen.
Ongecontracteerde zorg ten onrechte negatief geframed
De LVVP constateert dat, als het over de vrije artsenkeuze gaat, de uitspraken veelal gebaseerd zijn op halve waarheden of zelfs complete onjuistheden. Ongecontracteerd werken wordt voortdurend en ten onrechte negatief geframed als frauduleus en te duur. Dat blijkt echter niet uit onderzoek, zo hebben we jaar na jaar aangetoond. Kennelijk is deze boodschap aan dovemansoren gericht.
Wat blijkt dan wel uit onderzoek?
In onze position paper tonen we op basis van de feiten aan dat niet zorgverleners, maar zorgverzekeraars de belangrijkste oorzaak zijn van ongecontracteerd werken in ggz. Zo zijn er grote verschillen tussen zorgverzekeraars wat betreft het aandeel niet-gecontracteerde ggz. De zorgverzekeraar met het laagste aandeel heeft 0,5% niet-gecontracteerde ggz in 2019, de zorgverzekeraar met het hoogste aandeel heeft 19,7% niet-gecontracteerde ggz. Daarnaast blijkt dat de omvang van de totale kosten van de niet-gecontracteerde ggz in 2019 stabiliseert op 8%. Er is dus geen sprake van groei van ongecontracteerde zorg in de ggz. Tot slot geldt voor de meeste diagnoses dat de (door de verzekeraar vergoede) kosten per patiënt lager zijn in de niet-gecontracteerde zorg dan in de gecontracteerde zorg. Ongecontracteerde zorg in de ggz is dus zeker niet duurder, eerder goedkoper. Deze glasheldere feiten zijn na te lezen in de brief van de staatssecretaris van VWS aan de Tweede Kamer (6 januari 2022). Bovendien bleek uit vervolgonderzoek van Significant in opdracht van VWS dat ongecontracteerde zorg niet slechter of duurder is dan gecontracteerde zorg.
Conclusie
De claim van zorgverzekeraars dat een restitutiepolis niet meer betaalbaar zou zijn, is feitelijk onjuist. Zorgverzekeraars blijken feitelijk slechts verzekeraars, die alleen maar uit zijn op schadelastbeheersing. Nu de weg naar ongecontracteerde zorg voor steeds meer mensen wordt afgesloten met het verdwijnen van de restitutiepolis, hebben verzekeraars de touwtjes stevig in handen en zien aanbieders zich gedwongen om een contract met de verzekeraars te sluiten tegen tarieven die de kostprijs steeds minder dekken (steeds hogere afslag percentages ten opzichte van de NZa max tarieven) en voorwaarden die administratief uiterst belastend zijn. Voor vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten betekent dit feitelijk ‘ tekenen bij het kruisje’. Steeds vaker vragen wij ons af waar de NZa blijft als marktmeester in de zorg.


