
‘Blijven we in de file staan, of kiezen we samen een andere route?’
26-08-2026
INTERVIEW MET DE VOORZITTER – Over de toenemende druk op de ggz, de veranderingen die op de vrijgevestigde praktijk afkomen én de vraag hoe we samen regionaal verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de toekomst van de ggz-zorg. Daarover gaat dit interview met LVVP-voorzitter Brigitte Baeten.
De media staat er bol van: we zouden afstevenen op een zorginfarct. Hoe zie jij dat?
‘We stevenen er niet op af, we zitten er al middenin. Door de vergrijzing zijn er minder zorgverleners. Tegelijkertijd stijgt de vraag naar zorg en moeten er dus meer patiënten behandeld worden. Het gevolg: veel te veel mensen wachten veel te lang op behandeling.
Dat geldt voor de hele zorg, maar zeker ook voor de ggz. We kennen allemaal de schrijnende verhalen en de berichten over de veel te lange wachttijden. We hebben echt een groot probleem.
En laten we eerlijk zijn: dat probleem is ook óns probleem als vrijgevestigden. Vergelijk het met een file: je staat erin, maar je bent er dus ook onderdeel van. Dan kun je niet alleen maar naar anderen wijzen. Je zult ook moeten kijken wat je zelf anders kunt doen. Als we op dezelfde manier blijven werken, wordt de file alleen maar langer. We zullen dus andere routes moeten durven kiezen. En dat vraagt niet alleen iets van de overheid of zorgverzekeraars, maar ook van onszelf.’
Je legt daarmee een deel van de verantwoordelijkheid nadrukkelijk bij de vrijgevestigde ggz. Is dat niet ongemakkelijk?
‘Dat kan ongemakkelijk zijn, maar het is wel nodig. We kunnen onszelf niet buiten de maatschappelijke ontwikkelingen plaatsen.
Als we willen dat de vrijgevestigde praktijk ook over een aantal jaren nog bestaansrecht heeft én patiënten goede en toegankelijke zorg kunnen blijven krijgen, zullen we moeten nadenken over wat er van ons gevraagd wordt.
Dat betekent niet dat we alles wat uit Den Haag of de zorgverzekeraars komt maar moeten accepteren. Integendeel. We moeten kritisch blijven en onze professionele grenzen bewaken – waarmee ik nadrukkelijk niet individuele vrijheid bedoel. Maar alleen maar protesteren en vervolgens op dezelfde manier doorgaan, brengt ons niet verder.’
Er moet dus iets gebeuren. Wat gaat dat concreet betekenen?
“De overheid bereidt ingrepen voor. En daar is genoeg reden voor: de zorgen over de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de ggz zijn groot.
Denk aan aanscherping van het verzekerde pakket – hoeveel behandelingen/consulten worden nog vergoed door zorgverzekeraars – en het afschaffen van niet-gecontracteerde zorg. Ook zien we voorstellen die moeten leiden tot het verbeteren van de toegang tot de ggz, bijvoorbeeld door een verbod op exclusiecriteria, (pro)actieve wachtlijstbemiddeling door zorgverzekeraars en het sturen op behandelduur en -vorm, zoals groepstherapie en digitale zorg.
Deze maatregelen zijn opgenomen in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord, het AZWA. Het kabinet heeft dit akkoord aangenomen. Daarmee is het een voldongen feit. Het heeft dus weinig zin om alleen maar te roepen dat we het er niet mee eens zijn.
Overigens zaten wij als LVVP – net als de beroepsverenigingen en patiëntenplatforms – niet aan tafel bij dit akkoord. De ggz-inbreng is door het ministerie van VWS beperkt tot de grote instellingen.’
Gaan de maatregelen ons raken als vrijgevestigden in de ggz?
“Dat dit ons gaat raken, is 100% zeker. Er waait echt een andere wind. Dat blijkt ook uit het inkoopbeleid van de zorgverzekeraars voor volgend jaar – ook zij hebben immers het AZWA ondertekend. Je kunt geen patiënten meer weigeren omdat ze niet tot jouw helder omschreven en afgebakende doelgroep behoren. Er zullen wetten komen die je verplichten om te leren en verbeteren en voor dit doel anonieme data te delen, wetten die het verzekerde pakket inperken, et cetera. En als het aan de overheid ligt, zul je binnen nu en enkele jaren verplicht moeten contracteren. Al is over dat laatste wat betreft de LVVP zeker het laatste woord nog niet gezegd!”
Wat betekent die veranderende werkelijkheid straks voor de dagelijkse praktijk van een vrijgevestigde?
‘Als professional houd je de regie over de behandeling, maar je werkt wel binnen een maatschappelijke context. Die context verandert sterk.
En dat betekent dat we niet alleen naar onze eigen praktijk moeten kijken, maar ook naar de regio waarin we werken. Wie zijn onze collega’s? Welke expertise is beschikbaar? Waar en door wie kan de patiënt sneller of het beste geholpen worden? Hoe kunnen we voorkomen dat verschillende zorgverleners afzonderlijk hetzelfde probleem proberen op te lossen? Samenwerking in de regio is van groot belang.
Je noemt regionale samenwerking. Waarom wordt die volgens jou steeds belangrijker?
‘Omdat de zorgvraag complexer wordt en de beschikbare capaciteit beperkt is. Juist door samen te werken met andere partijen worden onze patiënten het beste geholpen en kunnen we onze professionele autonomie en positie versterken.
Als we de diverse partijen in de regio beter kennen, kunnen we patiënten gerichter verwijzen, expertise beter benutten en sneller doorverwijzen wanneer een patiënt elders beter geholpen kan worden. Denk aan de huisarts, grote instellingen, kleine instellingen, wij als vrijgevestigden, maar ook het sociaal domein. Dat is de uitvoering van passende zorg.
Dat vraagt wel iets van ons. Je moet bereid zijn om over de grenzen van je eigen praktijk heen te kijken. Niet alleen denken: “Wat kan ik in mijn praktijk doen?”, maar ook: “Wat hebben patiënten in mijn regio nodig en wat kan ik daaraan bijdragen?”’
Is regionale samenwerking daarmee ook een antwoord op de wachttijden?
‘Het kan daar zeker een belangrijke bijdrage aan leveren. Als we elkaar beter kennen en weten wie welke expertise heeft, kunnen we patiënten gerichter verwijzen en voorkomen dat mensen onnodig lang op één plek blijven wachten.
Maar samenwerking betekent ook dat je kritisch naar je eigen praktijk kijkt. Kun je een patiënt die beter elders geholpen kan worden, sneller doorsturen? Kun je samen met andere professionals een alternatief bieden? Kun je kennis delen waardoor iemand niet onnodig wordt doorverwezen?
Dat soort keuzes kunnen, als we ze met elkaar maken, een groot verschil maken bij het verkorten van de wachttijden.’
Als vrijgevestigde BIG-geregistreerde professional ben je regiebehandelaar. Waar ligt dan de grens tussen professionele autonomie en maatschappelijke verantwoordelijkheid?
‘Als vrijgevestigde BIG-geregistreerde ggz-professionals zijn wij de regiebehandelaar voor onze patiënten. Dat is niet de overheid en dat zijn ook niet de verzekeraars. Maar we behandelen wel binnen een maatschappelijke context. Daar staan we niet los van. Én we worden betaald met publieke middelen, ook als je ongecontracteerd werkt. Dat geeft een verantwoordelijkheid.
We kennen onze beroepscodes, we kennen de zorgstandaarden en we hebben een taak en verantwoordelijkheid om passende zorg te bieden: zo veel als nodig, maar zeker ook niet meer. Daarom is het zo belangrijk om samen met de patiënt toetsbare behandeldoelen op te stellen – en dat kan ook in de gespecialiseerde ggz – en die behandeldoelen regelmatig te evalueren.
Maar passende zorg gaat voor mij ook over de vraag of je als professional onderdeel bent van het grotere geheel. Soms is de beste zorg niet nóg een behandeling in je eigen praktijk, maar juist een goede overdracht, samenwerking, verwijzing of afronding.’
Verandering wil iedereen wel, maar zelf veranderen is vaak een stuk lastiger. Waarom zouden vrijgevestigden hun manier van werken nu moeten aanpassen?
‘Omdat stilstaan óók een keuze is. En waarschijnlijk niet de keuze waarmee je het langst overeind blijft.
Als je wilt blijven staan in een veranderende maatschappij, zul je je moeten aanpassen. Of zoals Darwin het zei: “Het is niet de sterkste van de soort die overleeft, noch de intelligentste. Maar degene die het best reageert op veranderingen.”
Ik denk dat we die boodschap serieus moeten nemen. Niet door alles wat vertrouwd is overboord te gooien, maar door bereid te zijn om te leren, te experimenteren en samen nieuwe oplossingen te zoeken.’
Hoe zie je de rol van de LVVP in deze veranderende maatschappelijke en politieke context?
‘Als behandelaar ben ik, net als mijn collega’s, vooral bezig met mijn eigen praktijk en de zorg voor mijn patiënten. Maar als LVVP-bestuur en -bureau zijn we dagelijks bezig met de landelijke ontwikkelingen en hebben we zitting aan verschillende landelijke tafels. Natuurlijk proberen we, binnen de grenzen van wat mogelijk is, bij te sturen, grenzen te stellen en werkbare kaders voor de vrijgevestigden te creëren.
Maar de trein rijdt. En die trein zal niet stoppen.
Wat doet de LVVP hiertegen, wordt mij weleens gevraagd. Maar dat is niet langer de juiste vraag. De juiste vraag is: wat kunnen we erméé doen? Hoe kunnen we meebewegen, ons aanpassen en kijken hoe, wat en waar we kunnen bijdragen? En vooral: hoe kunnen we dat samen doen?
We hoeven niet allemaal afzonderlijk het wiel uit te vinden. Juist regionaal kunnen we kennis, ervaring en expertise met elkaar delen. Daar ligt een enorme kracht van de vrijgevestigde ggz.’
Dat klinkt bijna alsof je leden oproept om zich neer te leggen bij wat er op hen afkomt.
‘Nee, absoluut niet. Meebewegen betekent niet dat je alles maar moet accepteren. We moeten juist blijven aangeven waar grenzen liggen en waar beleid niet werkt. Maar we kunnen niet onze ogen sluiten en denken – of vinden – dat dit voor ons allemaal niet geldt.
Het is mijn taak om jullie als onze vrijgevestigde leden bewust te maken van wat er in de nabije toekomst op je afkomt, om je daarover te informeren en je te faciliteren. Zodat je ook in de toekomst de broodnodige ggz-zorg kunt blijven bieden. Want dat is niet vanzelfsprekend.
En ik geloof dat we daarbij veel meer gebruik moeten maken van de kracht die we samen hebben. Niet alleen als beroepsgroep, maar juist ook door samenwerking in de regio.’
Waarom zouden we volgens jou onderdeel van de oplossing kunnen zijn?
We hoeven geen onderdeel te blijven van het probleem. Met de juiste visie en focus kunnen we een deel zijn van de oplossing. Als vrijgevestigden leveren we immers anno nu met elkaar een groot deel van de patiëntenzorg (maar liefst 21%!), tegen slechts 6,9% van de totale kosten.
Maar dan moeten we wel bereid zijn om kritisch naar onszelf te kijken. Hoe organiseren we onze zorg? Hoe werken we samen? Hoe kunnen we patiënten sneller op de juiste plek krijgen? Hoe kunnen we onze expertise beter delen? En waar kunnen we in onze regio het verschil maken?
De kracht zit niet alleen in iedere individuele professional. De kracht zit ook in het netwerk dat we met elkaar vormen.’
Wat kunnen leden zelf doen? Waar begint die andere route?
‘Ik nodig alle leden uit om met elkaar over deze ontwikkelingen na te denken en in gesprek te gaan. Met je collega’s in je praktijk, in je regio, in intervisieverband en niet in de laatste plaats op de regiobijeenkomsten die de LVVP organiseert.
Kom daar niet alleen om te luisteren naar wat er vanuit de LVVP wordt verteld. Gebruik zo’n bijeenkomst om elkaar te ontmoeten. Wie zit er bij jou in de regio? Welke expertise is er? Waar lopen anderen tegenaan? Waar kun je elkaar versterken? We moeten elkaar beter leren kennen als we straks samen een andere route willen kiezen.
En het begint soms heel eenvoudig: elkaar opzoeken, het gesprek aangaan en bereid zijn om over de grenzen van je eigen praktijk heen te kijken en te leren welke partijen nog meer werkzaam zijn in de regio.’
Dan terug naar de filemetafoor. Wat zeg je tegen de vrijgevestigde die denkt: “Ik heb een volle praktijk, mijn patiënten zijn tevreden en mijn behandeling werkt. Waarom zou ík iets moeten veranderen?”
‘Omdat een volle praktijk niet automatisch betekent dat je bijdraagt aan het oplossen van het fileprobleem . En het betekent ook niet automatisch dat je klaar bent voor de toekomst.
Je kunt in een file blijven staan en hopen dat die vanzelf oplost. Maar je kunt ook besluiten om een andere route te kiezen.
En die andere route hoeven we niet alleen te zoeken. We kunnen dat samen doen: als professionals, als regio en als beroepsgroep.
We kunnen blijven wachten tot iemand anders het probleem oplost. Of we kunnen zelf verantwoordelijkheid nemen, omdat we onderdeel zijn van het systeem. Niet alleen voor onze eigen praktijk, maar ook voor de patiënt, voor de regio en voor de toekomst van de ggz.
Dus mijn vraag is: Blijven we in de file staan, of kiezen we samen een andere route?’
En waar kunnen leden die andere route beginnen?
‘Door het gesprek aan te gaan. Met elkaar, met collega’s in de regio en met andere professionals rondom de patiënt. En door gebruik te maken van de kennis en de ondersteuning die de LVVP biedt, bijvoorbeeld op de regiopagina’s op de website.
Ik hoop daarom op een grote opkomst bij de regiobijeenkomsten in het najaar. Niet alleen om te horen wat er verandert, maar vooral om samen te bespreken wat we ermee kunnen.
Want de toekomst van de vrijgevestigde ggz ligt niet in Den Haag of bij de zorgverzekeraar. De regio’s en onze eigen praktijken zijn belangrijk onderdelen van onze toekomst waarin we iedere dag onze patiënten helpen.
Voor nu wens ik iedereen een goede start na de zomer. En ik hoop jullie in het najaar te ontmoeten bij de regiobijeenkomsten.’

