akwa, allliantie kwaliteit in de ggz

 

"Te komen tot een taal van kwaliteit die door alle partijen gedragen én erkend wordt, dat is dé grote uitdaging voor akwa", aldus Hans Kamsma, voorzitter van de LVVP. Hoe ziet hij de rol, inhoud en positie van dit nieuwe kwaliteitsinstituut?


akwa is het nieuwe kwaliteitsinstituut voor de ggz, dat op 1 januari 2019 volledig operationeel is. Cathy van Beek, voorzitter van akwa, en Dominique Vijverberg, directeur van akwa, zijn uitgenodigd voor de algemene ledenvergadering van 28 november 2018 om de nieuwe organisatie voor te stellen en een gezicht te geven. Een goede reden om aan Hans Kamsma alvast te vragen hoe hij de rol, inhoud en positie ziet van dit nieuwe kwaliteitsinstituut.

 

Waarom is akwa opgericht?

"Het is allemaal begonnen met de wens van de professionals en de patiënten om zelf over de kwaliteit van zorg te gaan. In de afgelopen jaren is er veel onrust geweest over de mate waarin overheid en zorgverzekeraars zich meer en meer gingen bemoeien met de manier waarop wij onze kwaliteit inzichtelijk moesten maken. Dat drong steeds verder door tot in onze spreekkamer, een domein dat wij afschermen en beschermen als veilige plek voor de patiënt en onszelf. Aan de andere kant ook wel weer begrijpelijk dat de verzekeraars en de overheid willen weten wat er in de ggz gebeurt. Een paar miljard per jaar uitgeven en dan er maar op vertrouwen dat het goed zit, is wellicht wat veel gevraagd.

 

Toen het vorige bestuurlijke akkoord werd opgezegd, volgens de minister door ons en volgens ons door de minister, ontstond er een vacuüm in de overlegstructuur. De beroeps- en patiëntenorganisaties zijn daar samen met de zorgverzekeraars en het ministerie ingestapt door de Agenda voor Gepast Gebruik en Transparantie (AGGT) op te richten. In dat overleg, waar VWS en zorgverzekeraars actief toehoorder zijn, hebben de partijen zich onder meer er op gericht om handen en voeten te geven aan het kwaliteitsbeleid. Waar het inzichtelijk maken van die kwaliteit onlosmakelijk mee verbonden is.

 

Het idee ontstond om een organisatie op te richten, van en voor de professionals en de patiënten, waar de ontwikkeling van de kwaliteitsstandaarden en kwaliteitsindicatoren in één hand gehouden wordt. Vanuit dat uitgangspunt hebben we akwa, alliantie voor kwaliteit in de ggz, opgericht.

 

De LVVP is goed verankerd in akwa. We hebben zitting in de Kwaliteitsraad die zorgt voor de inhoudelijke ondersteuning en advies en we zijn vertegenwoordigd in de Raad van Toezicht die toezicht houdt op het beleid van het bestuur. Arnoud van Buuren is lid van het bestuur. Als voormalige voorzitter van de LVVP en zelf vrijgevestigd psychotherapeut is hij bij uitstek iemand die weet wat beleid inhoudt, maar ook weet hoe dit neerslaat in de praktijk.

 

Dat laatste is voor ons als vrijgevestigden erg belangrijk. Er zijn nog genoeg voetangels en klemmen. Gaat de komende ontwikkeling nu wel echt omarmd worden door de professionals of blijft het een ver-van-mijn-bed-show? Wat zijn de gevolgen voor de administratieve lasten?

 

Het is goed denkbaar dat ROM-instrumenten en andere kwaliteitsindicatoren meer stoornisspecifiek ontwikkeld gaan worden. Voor de zorgstandaarden geldt dit al. Dit kan voor vrijgevestigden, waarbij een professional bijna altijd patiënten met uiteenlopende problematiek ziet, heel anders uitpakken dan voor instellingen waar vaak afdelingen met stoornisgerichte zorgprogramma’s werken. Voor de LVVP is het van fundamenteel belang dat de administratieve last omlaag gaat én dat de vrijgevestigden instrumenten voor kwaliteit en transparantie krijgen aangereikt die hen en hun patiënten passen. De hanteerbaarbeid van deze instrumenten is daar een wezenlijk onderdeel van.

 

Wat is er anders dan in het verleden met SBG en NKO?

akwa is een organisatie van en voor de professionals en patiënten. Tegelijkertijd gaat het wel over het inzichtelijk maken van onze kwaliteit van werken voor onszelf en de buitenwereld. Om daar draagvlak voor te creëren én kwalitatief verantwoord te werk te gaan, is best een uitdaging. Ik heb het werkplan van akwa voor volgend jaar gezien en dan zie ik dat akwa duidelijk de verantwoordelijkheid wil oppakken om niet alleen te ontwikkelen, maar ook te communiceren en te begeleiden bij het implementeren.

 

Het is niet allemaal nieuw. Stichting benchmark ggz (SBG) was immers net zo goed een op zichzelf sterke organisatie en bij het Netwerk kwaliteitsontwikkeling (NKO) is veel productie gedraaid. Wat toch echt anders is, naast de governance, is het feit dat nu alles in één hand is. Dit maakt de kans om standaarden en indicatoren te stroomlijnen en goed op elkaar aan te laten sluiten een stuk groter.

 

Jij zit nu (nog even) in het bestuur van SBG. Hoe zie jij je rol?

SBG heeft bij de zorgverleners altijd het imago gehad van een zorgverzekeraarsorganisatie. De verzekeraars financierden immers SBG en hadden zitting in het bestuur. Het doel van het aanleveren van ROM-gegevens was ook uiteindelijk dat op de een of andere manier uitkomstmaten konden worden betrokken bij de zorginkoop. Al met al brokkelde daarmee het draagvlak om ROM-gegevens aan te leveren verder af. Het werd lastig om ook de doelen die beperkt bleven tot het gebruik in de spreekkamer en het leren van en met elkaar nog gedragen te krijgen. Toen er ook nog eens een probleem met de privacy van de gegevens ontstond, was de toon helemaal gezet. Ik heb me vaak afgevraagd hoeveel van ons nu ROM’men omdat het moet en hoeveel het nog zouden doen vanuit een interne motivatie.

 

SBG gaat nu, samen met het NKO en SVR, op in akwa. Voor het databeheer en de dataverwerking wordt een aparte organisatie opgericht, maar die functioneert volledig onder akwa. Als bestuurder van SBG betekende dit het laatste half jaar dan ook vooral dat er aandacht moest zijn voor een goede overdracht. Daarbij was en is het belangrijk dat het personeel en de expertise van SBG op een goede manier naar akwa overgaan. Ik heb de medewerkers van SBG leren kennen als betrokken en kwalitatief hoogstaande professionals die volgens mij voor akwa een belangrijke aanwinst zijn. De medewerkers maken niet het beleid.

 

Wat vind jij dat akwa onze leden moet bieden?

Het draagvlak is essentieel. akwa is dan weliswaar van en voor de professionals, maar de aanleiding is het feit dat overheid en zorgverzekeraars de ggz te weinig transparant vinden. Ik vraag me af of het verantwoorden van kwaliteit door middel van het meten met indicatoren hoog op het wensenlijstje van onze leden staat. De intrinsieke motivatie is, denk ik, nog niet zo hoog. Tegengeluiden laten zich duidelijk horen. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor de zorgstandaarden. In het ergste geval hebben we met akwa een paard van Troje binnengehaald, dat we dan ook nog eens zelf hebben gebouwd.

 

Psychologen en psychotherapeuten zijn wel degelijk zeer gemotiveerd om kwalitatief hoogstaand te werken en zich hier voortdurend in te ontwikkelen. Ook zullen ze bereid zijn, er trots op zijn, om dat te laten zien en horen aan eenieder die het horen wil. Overheid en zorgverzekeraars geven aan de ggz weinig transparant te vinden. De zorgverleners voelen zich daarin miskend en overvraagd.

 

Het overbruggen van die kloof, te komen tot een taal van kwaliteit die door alle partijen gedragen én erkend wordt, dat is dé grote uitdaging voor akwa.

 

De grootste fout die akwa zou kunnen maken, is aannemen dat de professionals wel aansluiten en dat het feit dat akwa een aanbiedersorganisatie is daar als vanzelf voor gaat zorgen.

 

Dat betekent dat akwa er snel veel energie in moet gaan steken om het veld te bereiken. Daarbij is het van groot belang dat er niet alleen gecommuniceerd wordt wat akwa ontwikkelt, maar dat er ook geluisterd wordt naar wat er binnen het veld leeft.

 

Zorgverzekeraars zetten er druk op om ROM snel verder te ontwikkelen en de zorgstandaarden te implementeren. Maar met betrekking tot ROM zijn we wat het veld betreft terug bij af, en met de zorgstandaarden moeten we nog beginnen. Ik pleit voor rust in het veld. In een rustig en voorspelbaar tempo de professionals meenemen en ondersteunen in de ontwikkeling en implementatie van zowel de indicatoren als de standaarden. Het werkplan van akwa geeft wat dat betreft goede hoop.

 

Minstens zo belangrijk is het dat elke vorm van afrekencultuur wordt ondervangen. De eerste casus waarbij wordt teruggevorderd omdat een psycholoog zich niet exact aan de normen van de zorgstandaard heeft gehouden, zal werken als een lont in het kruitvat. Het werkt dan echt niet als akwa dan zegt dat ze daar niet over gaan, dat dit een zaak van de zorgverzekeraar is.

 

Wat zou akwa als eerste moeten oppakken?

Eigenlijk zeg ik het hierboven al: naar het veld toegaan, draagvlak creëren. Mijn advies is: neem van niets aan dat het een voldongen feit is en vraag je bij alles af hoe dit in de spreekkamer landt.

 

Het gebruik van ROM kent vele en vooral uiteenlopende standpunten. Van ROM als instrument om in te kopen op uitkomst tot de beweging StopBenchmarkROM. Probeer dat maar eens samen te brengen. Klein beginnen dus: breng eerst de zogenaamde ROM-doelen 1 en 2, ROM’men als monitor bij de behandeling en ROM’men om met collega’s het gesprek aan te gaan en te leren, eens naar de spreekkamer. Gebruik de feedback in het veld om te leren wat werkt.

 

Begin met het implementeren van een paar zorgstandaarden. Zorg ervoor dat er eenheid is in de taal en manier van werken. Hou de werkwijze overzichtelijk een eenvoudig, het vak is zo al lastig zat.

 

Wat is wat jou betreft essentieel in het gebruik van en bij de inrichting van zorgstandaarden en ROM?

Als ik een wensenlijstje daarvoor maak, dan noem ik als eerste opnieuw aansluiting bij het veld. In ons geval de vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten dus. Vervolgens staat er op mijn lijstje: afname van de administratieve lasten, eenheid en eenduidigheid, stapsgewijze en goed begeleide invoering, veiligheid. Met dat laatste bedoel ik dat onze leden er van uit mogen gaan dat ze hun professionele autonomie behouden en in samenspraak met hun patiënten zelf blijven gaan over wat verantwoorde zorg is.

 

Bij ROM heeft altijd de dreiging boven het veld gehangen dat er op een simpele manier op uitkomst ingekocht gaat worden. Bij de zorgstandaarden is er de vrees dat het standaardzorg wordt. Dat is vernietigend voor de in mijn ogen werkelijke en waardevolle rol die deze instrumenten te bieden hebben: ondersteuning bij het werk, bij het nog meer bewust bekwaam worden en bij het ontwikkelen van één taal voor kwaliteit.

 

Net zo essentieel is het terugdringen van de administratieve last. Daar ben ik eerlijk gezegd met de plannen van akwa nog niet gerust op. Met het in de hand houden van een toename van de regeldruk gaan wij niet akkoord. De administratieve last is inmiddels zo hoog dat dit de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg bedreigt. Transparant zijn over de geleverde zorg mag niet belangrijker worden dan het leveren van de zorg. We zullen er alles aan doen om hier scherp op te blijven.

 

Waar gaan Cathy van Beek en Dominique Vijverberg het over hebben tijdens de algemene ledenvergadering?

In mijn verhaal roep ik akwa een paar keer op om vooral naar de professionals toe te gaan. Dan komt het wel heel mooi uit dat we de voorzitter van akwa, Cathy van Beek, en de directeur, Dominique Vijverberg, bereid hebben gevonden om akwa te komen presenteren op onze volgende algemene ledenvergadering op 28 november. Ze zullen daar vertellen wat de plannen van akwa zijn en ze willen graag de dialoog met de leden in de zaal aangaan en luisteren naar wat er leeft.”

 

Daarom nodigen we u uit om vragen voor Cathy van Beek en Dominique Vijverberg voorafgaand aan de ledenvergadering van 28 november a.s. in te sturen. Dit draagt bij een goede en zinvolle discussie. Mail uw vragen vóór 18 november 2018 naar r.bakker@lvvp.info