LVVP strijdt voor correct tarief 2017

Recentelijk heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een beslissing op bezwaar genomen naar aanleiding van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in de beroepsprocedure van de verzekeraars over de dbc-tarieven van de curatieve ggz in 2014 en 2015. Op basis van een nadere onderbouwing is de NZa tot de conclusie gekomen dat de meeste tarieven te laag waren vastgesteld. Enkele tarieven waren te hoog vastgesteld. In een bestuurlijk overleg hebben partijen, waaronder Zorgverzekeraars Nederland (ZN), daarop vastgesteld dat het om vele redenen niet wenselijk is om de tarieven over 2014 en 2015 met terugwerkende kracht te wijzigen. Het geeft namelijk een te grote administratieve rompslomp als alle nota’s over 2014 en 2015 gecrediteerd zouden moeten worden.

 

De NZa heeft in haar bovengenoemde beslissing op bezwaar dan ook besloten om de tarieven over 2014 en 2015 niet met terugwerkende kracht te wijzigen; wel zijn de tarieven voor 2017 naar boven bijgesteld en zijn er hersteltarieven 2014 en hersteltarieven 2015 vastgesteld. Hiervoor zijn overigens afspraken met de verzekeraars vereist, hetgeen de LVVP betreurt.

 

De verzekeraars leggen zich echter niet bij dit besluit neer en proberen in een kort geding een voorlopige voorziening af te dwingen bij de rechter. Ze eisen dat de tarieven over 2017 weer neerwaarts worden bijgesteld conform een eerder besluit van de NZa van afgelopen zomer. Daarbij eisen ze dat er geen hersteltarieven worden toegepast. Verder gaan de verzekeraars in beroep tegen de tarieven 2014 en 2015 -die dus niet zijn gewijzigd door de NZa- omdat de verzekeraars nog steeds vinden dat deze te hoog zijn vastgesteld door de NZa. Deze stellingname is opmerkelijk, beschouwd in het licht van hernieuwde berekeningen van de NZa die aantonen dat de tarieven gemiddeld gezien hoger hadden moeten worden vastgesteld voor die jaren.

 

GGZ Nederland en LVVP trekken samen op om te voorkomen dat de eisen van de zorgverzekeraars worden ingewilligd. Voor de rechtszekerheid is het namelijk van cruciaal belang dat niet zoveel jaren na dato tarieven weer kunnen wijzigen, waardoor er een enorme administratieve rompslomp ontstaat. Daarbij moeten voor 2017 de juiste tarieven gelden. Het kan niet zo zijn dat hogere tarieven door zorgverzekeraars tegengehouden worden omdat zij de premies al hebben vastgesteld of doordat het lastig zou zijn in deze fase van de contractering. Achteraf verrekenen is veel lastiger en daarmee welhaast onmogelijk. Aanbieders worden daarmee eenzijdig gedupeerd. GGZ Nederland en LVVP waren op 10 november dan ook samen aanwezig bij genoemd kort geding. We worden in deze procedure bijgestaan door een jurist van AKD-advocaten. We houden u op de hoogte van de ontwikkelingen!